De Europese burgerrechtenbeweging EDRi pleit voor een totaalverbod op spyware binnen de Europese Unie. Volgens EDRi vormt spyware een ernstige bedreiging voor fundamentele rechten en democratie. Ondanks deze zorgen blijft het gebruik van spyware in Europa doorgaan, wat volgens de organisatie leidt tot normalisatie. EDRi wijst erop dat, ondanks schandalen in veertien lidstaten en bewijs van mensenrechtenschendingen, zowel de Europese Commissie als de lidstaten geen duidelijke grenzen hebben gesteld.

Uit onderzoek van het Europees Parlement blijkt dat spyware in landen als Hongarije, Polen, Griekenland, Cyprus en Spanje is ingezet tegen onder andere oppositieleden en journalisten. Sophie In't Veld, voormalig Europarlementariër en rapporteur, stelt dat er in Europa geen politieke wil is om het gebruik van spyware aan te pakken. EDRi benadrukt dat slachtoffers geen hulp kunnen vinden, terwijl commerciële spywareleveranciers ongestoord doorgaan en de Europese spywaremarkt bloeit, vaak met publiek geld. EDRi heeft een "document pool" gelanceerd met informatie en standpunten over spyware. Commerciële spyware zoals Pegasus en Predator kan volledige controle over een telefoon verkrijgen, waardoor microfoons en camera's kunnen worden ingeschakeld en gevoelige informatie kan worden gestolen. Leveranciers maken gebruik van kwetsbaarheden waarvoor nog geen updates beschikbaar zijn. EDRi stelt dat spyware niet verenigbaar is met mensenrechten vanwege de inbreuk op privacy en de integriteit van apparaten. De organisatie roept op tot een verbod op commerciële spyware, de handel in kwetsbaarheden, en pleit voor bescherming van ethisch cyberonderzoek en responsible disclosure. Ook wil EDRi sancties tegen en verantwoording van spywareleveranciers voor mensenrechtenschendingen.