
Tweede Kamerleden stellen vragen over de invoering van een dns-gebaseerd phishingfilter, vergelijkbaar met het Belgische BAPS, om internetgebruikers beter te beschermen.
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld aan minister Herbert van Economische Zaken over de invoering van een dns-gebaseerd phishingfilter in Nederland. Dit filter moet internetgebruikers beschermen tegen malafide websites door hen automatisch door te leiden naar een waarschuwingspagina wanneer zij een verdachte site proberen te bezoeken.
ChristenUnie-Kamerlid Grinwis verwijst in zijn vragen naar het Belgische Anti-Phishing Shield (BAPS), dat door Belgische internetproviders wordt toegepast. De Belgische overheid onderhoudt een lijst met phishing- en andere malafide websites die wordt gedeeld met providers. Via dit filter werden Belgische burgers vorig jaar tweehonderd miljoen keer doorgestuurd naar een waarschuwingspagina. Grinwis vraagt of minister Van Economische Zaken bereid is te onderzoeken of een vergelijkbare aanpak in Nederland kan worden ingevoerd.
In Nederland is al enige tijd gewerkt aan een soortgelijk dns-filter, het Anti Phishing Shield (APS). In juli vorig jaar startte een pilot met tweehonderdduizend deelnemers. Dit initiatief is een samenwerking tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid, het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), KPN, de politie, de Nederlandse Vereniging van Banken en NLconnect, de branchevereniging van de telecom- en breedbandindustrie. Tijdens de pilot sloten ook internetproviders SNLLR, TriNed en Kabelnoord aan. Minister Van Weel meldde vorige maand dat inmiddels 300.000 mensen gebruikmaken van het filter en dat vier miljoen bezoeken aan malafide websites zijn voorkomen.
De minister gaf aan dat het APS verder wordt ontwikkeld en dat het NCSC samen met betrokken partijen onderzoekt hoe het bereik kan worden vergroot. Dit betreft zowel het aantal deelnemende partijen als de mogelijkheden om de weerbaarheid tegen online dreigingen proactief te versterken.
Daarnaast vraagt Grinwis of de Autoriteit Consument en Markt (ACM) niet al de bevoegdheid heeft om consumenten door te leiden naar een waarschuwingspagina bij bezoek aan malafide websites. Hij wil weten hoe vaak de ACM van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt en welke mogelijkheden deze bepaling biedt voor een aanpak naar Belgisch voorbeeld. Minister Herbert heeft drie weken de tijd om de vragen te beantwoorden.












