De politie en het Openbaar Ministerie constateren een opkomst van een nieuwe generatie jonge cybercriminelen uit westerse landen. Deze groep, bestaande uit personen tussen 11 en 25 jaar, opereert in een los netwerk van individuen die online samenwerken. Hun motivatie is vooral financieel gewin en status, zonder ideologische of politieke drijfveren, aldus het Cybercrimebeeld van dit jaar.

Volgens Stan Duijf, verantwoordelijk voor de aanpak van cybercriminaliteit bij de politie, spreken deze jongeren voornamelijk Engels en richten zij zich vooral op het stelen van data en cryptovaluta. Waar eerdere cybercriminaliteit vaak werd toegeschreven aan niet-westerse landen zoals Rusland, is er nu een duidelijke verschuiving zichtbaar naar westerse daders die serieuze vormen van cybercriminaliteit plegen.

Een voorbeeld hiervan is de hack op telecomprovider Odido begin dit jaar, uitgevoerd door de groep ShinyHunters. Hierbij werden persoonsgegevens van zes miljoen klanten gestolen en werd losgeld geëist. Odido weigerde te betalen, waarna de gestolen data online te koop werden aangeboden. De politie vermoedt dat hierbij ook Nederlandse criminelen betrokken waren.

De verleiding voor jongeren om de cybercriminaliteit in te gaan begint volgens Duijf vaak al op online games zoals Roblox, Fortnite en Minecraft. Via chats binnen deze platforms raken ze betrokken bij kleine vormen van digitaal misbruik, die kunnen escaleren naar ernstigere cybercriminaliteit. In 2025 werden naar schatting 2,5 miljoen mensen slachtoffer van cybercrime, en de dreiging neemt toe mede door de inzet van kunstmatige intelligentie. AI maakt het plegen van cybercriminaliteit eenvoudiger en het herkennen van bijvoorbeeld phishing steeds lastiger voor burgers.

Politie en OM benadrukken dat het bestrijden van deze ontwikkelingen niet alleen hun taak is, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van organisaties, overheden en individuele burgers die alert moeten blijven.