Vanaf 2 augustus 2026 zijn aanbieders en gebruikers van AI-systemen verplicht om duidelijk te maken wanneer mensen met artificiële intelligentie te maken hebben. Dit is vastgelegd in de Europese AI-verordening, die transparantie-eisen stelt om risico’s zoals misleiding, desinformatie en fraude te beperken.

De Europese Commissie publiceerde op 10 juni de praktijkcode voor transparantie van AI-gegenereerde content. Deze code geeft praktische richtlijnen over het markeren van AI-content en het labelen van deepfakes. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) adviseert organisaties die onder deze verplichtingen vallen om zich in deze praktijkcode te verdiepen en deze geheel of gedeeltelijk te ondertekenen. Organisaties die dit doen vóór 22 juli 2026 worden vermeld als eerste ondertekenaars.

De transparantieverplichtingen bestaan uit vier hoofdpunten. Ten eerste moeten aanbieders van AI-systemen die direct met mensen communiceren, zoals chatbots, duidelijk maken dat het om AI gaat. Ten tweede moeten gebruikers van AI voor emotieherkenning of biometrische categorisering personen informeren over het gebruik hiervan. Ten derde moeten aanbieders van AI-gegenereerde audio, beelden, video’s of teksten deze content markeren met herkenbare en detecteerbare signalen, bijvoorbeeld via watermerken of metadata. Tot slot moeten gebruikers van AI-systemen die deepfakes maken of bewerken, zichtbaar of hoorbaar vermelden dat de inhoud door AI is gemaakt of aangepast. Hiervoor zijn vrij te gebruiken EU-iconen beschikbaar.

Alle informatie moet beschikbaar zijn vóór de eerste interactie met of blootstelling aan de AI-content. Door het ondertekenen van de praktijkcode tonen organisaties aan hoe zij aan deze transparantieverplichtingen voldoen. De AP benadrukt het belang van naleving om de risico’s van AI-gebruik te beperken en het vertrouwen van gebruikers te waarborgen. Meer informatie over het ondertekenen van de praktijkcode is beschikbaar via de Europese Commissie.