In het voorjaar van 2025 hebben vermoedelijk pro-Russische hackers geprobeerd om een warmte-krachtcentrale in het westen van Zweden te infiltreren. De aanval was gericht op het operationele technologie (OT)-systeem van de centrale, dat verantwoordelijk is voor de aansturing van fysieke infrastructuur. Dankzij ingebouwde beveiligingsmaatregelen is de poging echter niet geslaagd, aldus Carl-Oskar Bohlin, de Zweedse minister voor civiele verdediging, tijdens een persconferentie in Stockholm.

De Zweedse veiligheidsdienst heeft het incident onderzocht en de vermoedelijke daders geïdentificeerd. Volgens Bohlin hebben deze hackers vermoedelijk banden met Russische inlichtingendiensten. Dit voorval sluit aan bij een reeks cyberaanvallen op de energiesector in Europa, waarbij ook buurlanden als Noorwegen en Denemarken soortgelijke pogingen hebben geregistreerd. Polen werd vorig jaar getroffen door een grootschalige aanval van de Rusland-gelinkte groep Sandworm, die malware inzette om kritieke systemen te vernietigen en mogelijk stroomuitval veroorzaakte voor honderdduizenden mensen.

Volgens Bohlin markeert deze aanval een verandering in tactiek van pro-Russische hackers. Waar zij zich eerder vooral richtten op denial-of-service aanvallen om websites tijdelijk offline te halen, proberen zij nu destructieve cyberaanvallen uit te voeren op organisaties in Europa. De focus ligt daarbij op OT-systemen, waarvan verstoring of overname ernstige maatschappelijke gevolgen kan hebben.

Ook Oekraïne meldt aanhoudende cyberoperaties tegen haar energiesector, waarbij recente aanvallen vooral gericht lijken op het verzamelen van inlichtingen ter ondersteuning van raketaanvallen, in plaats van directe verstoring van de stroomvoorziening. Amerikaanse autoriteiten waarschuwden vorig jaar in een gezamenlijke advisory dat meerdere door de Russische overheid gesteunde groepen, waaronder CyberArmyofRussia_Reborn en NoName057(16), infrastructuur in het Westen blijven aanvallen, met name in sectoren als energie, water en voedselproductie. Meer informatie is beschikbaar via de Recorded Future Intelligence Cloud.