Europese privacytoezichthouders uiten hun bezorgdheid over het plan van de Europese Commissie om de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) te verzwakken. Ze roepen beleidsmakers op om deze wijzigingen niet te accepteren. De Europese privacytoezichthouder EDPS en de nationale toezichthouders, verenigd in de EDPB, hebben gezamenlijk kritiek geuit op de voorgestelde aanpassingen door Brussel.

De Europese Commissie introduceerde eind vorig jaar de "digital omnibus", die onder andere de AVG op verschillende punten wil verzwakken. Brussel wil de definitie van persoonsgegevens aanpassen en toestaan dat bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt voor verificatie en AI-ontwikkeling. Dit zou de concurrentiekracht van de EU moeten versterken en bedrijven helpen eenvoudiger binnen de EU te opereren. Het voorstel staat geautomatiseerde besluitvorming toe en beperkt de meldplicht voor datalekken tot gevallen met nadelige gevolgen, waarbij de meldtermijn van 72 naar 96 uur gaat. Ook wordt 'gerechtvaardigd belang' als basis voor AI-training erkend. De toezichthouders verzetten zich tegen de wijziging van de persoonsgegevensdefinitie en roepen het Europees Parlement en de lidstaten op om dit niet goed te keuren. EDPB-voorzitter Anu Talus benadrukt dat vereenvoudiging niet ten koste mag gaan van fundamentele rechten. De toezichthouders zijn ook tegen de uitbreiding van Brusselse bevoegdheden om te bepalen wat als gepseudonimiseerde data geldt. Ze waarschuwen dat de Commissie niet via een uitvoeringsbesluit mag bepalen wat geen persoonlijke data meer is, omdat dit de AVG direct beïnvloedt. Privacy-activist Max Schrems noemt de aanpassingen geen 'technische aanpassingen' of 'vereenvoudiging', maar een beperking van het privacyrecht voor EU-burgers.