Stichting Privacy First uit zorgen over de invoering van de digitale euro en benadrukt de noodzaak van een debat. De stichting vreest dat dit nieuwe systeem de financiële privacy van burgers kan aantasten en risico's kan opleveren voor hun rechtspositie. Privacy First merkt op dat er in Nederland en Europa nog geen politieke discussie over de digitale euro heeft plaatsgevonden. Ze vragen zich af of de politiek nog in staat is om nee te zeggen tegen een systeem waarin al veel is geïnvesteerd, en of we niet onbewust een systeem accepteren zonder de gevolgen voor de maatschappij en burgerrechten te kennen.

De digitale euro zou volgens Privacy First leiden tot machtsconcentratie bij de ECB, die geen democratische verantwoording aflegt en onvoldoende transparant is. De stichting stelt dat er geen volwassen tegenspraak is tegen de ECB en dat aansprakelijkheid voor fouten ontbreekt. De ECB bepaalt het ontwerp van het digitale euro-systeem zonder alternatieven te overwegen die minder risico's voor burgerrechten inhouden. Privacy First waarschuwt voor risico's zoals een database waarin de ECB alle betalingen registreert en de mogelijkheid van programmeerbaar geld. Ook vrezen ze dat de digitale euro kan leiden tot het verdwijnen van contant geld, de enige anonieme en voor iedereen toegankelijke vorm van geld. Daarnaast kan de digitale euro de invoering van een Europese digitale identiteit bevorderen, omdat burgers een digitale wallet nodig hebben. Privacy First roept de politiek op om een democratisch debat te voeren over de digitale euro, zodat de invoering niet zonder serieuze discussie en legitimatie plaatsvindt.