Andrew Guthrie Ferguson, hoogleraar recht en expert op het gebied van data, surveillance en het Vierde Amendement, publiceerde recent het boek Your Data Will Be Used Against You: Policing in the Age of Self-Surveillance. Hierin onthult hij op welke manieren wetshandhavers vrijwel alle digitale gegevens van burgers kunnen verzamelen, van deurbelcamera's en automatische kentekenlezers tot verbonden auto’s, apps en zoekopdrachten via Google.

Ferguson benadrukt dat de wetgeving niet is aangepast aan de mogelijkheden van de digitale wereld, waardoor burgers risico lopen op ernstige schendingen van hun privacy en het Vierde Amendement. In een uitgebreid interview bespreekt hij een aanstaande zaak bij het Amerikaanse Hooggerechtshof die mogelijk beperkingen oplegt aan het verzamelen van locatiegegevens door de politie. Daarnaast legt hij uit waarom de grondleggers van de Verenigde Staten bezorgd zouden zijn over de huidige omgang met data door wetshandhavers en vertelt hij over een zaak waarin data van een slimme pacemaker leidde tot een arrestatie.

Volgens Ferguson is het huidige juridische kader nog grotendeels analoog en onvoldoende toegerust op digitale surveillance. Zo oordeelde het Hooggerechtshof in zaken als Carpenter en Jones dat langdurige locatie-tracking via mobiele telefoons of GPS-apparaten een huiszoekingsbevel vereist. Hoewel dit een stap is, is het verkrijgen van zo’n bevel relatief eenvoudig, waardoor politie toegang heeft tot uitgebreide trackingmogelijkheden.

Ferguson wijst erop dat er geen enkele digitale informatie is die te privé is om met een bevel te verkrijgen. Dit roept vragen op over de balans tussen opsporing en privacybescherming. Hij erkent dat digitale middelen bijdragen aan het oplossen van misdrijven, maar waarschuwt ook voor de omvang van de surveillance en het gebrek aan adequate wettelijke waarborgen.