Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid heeft tijdens een debat in de Tweede Kamer het belang onderstreept van een voortdurende afweging tussen encryptie en opsporing. Dit naar aanleiding van politieoperaties waarbij toegang tot versleutelde chatberichten werd verkregen, wat volgens hem een belangrijke stap is in de strijd tegen georganiseerde misdaad.

Van Weel reageerde op vragen van CDA-Kamerlid Straatman, die wees op het succes van het doorbreken van PGP-versleuteling door de politie. Hoewel dit een effectieve methode is gebleken om criminele netwerken aan te pakken, blijft versleuteling een grote barrière voor opsporingsdiensten. De minister benadrukte dat het gesprek over het omgaan met versleuteling binnen de grenzen van de rechtsstaat continu gevoerd moet worden.

De minister gaf aan dat hij de bescherming van privacy en briefgeheim hoog acht en blij is met het gebruik van end-to-end encryptie. Tegelijkertijd erkent hij dat criminelen en verspreiders van kinderporno gebruikmaken van veilige communicatiemiddelen waar opsporingsdiensten geen toegang toe hebben. Daarom is het volgens Van Weel noodzakelijk om steeds opnieuw de balans te zoeken tussen het waarborgen van privacy en het voorkomen dat criminelen vrij spel krijgen.

Van Weel sprak ook zijn waardering uit voor recente door Europol gecoördineerde zaken waarbij encryptie werd doorbroken, wat leidde tot het blootleggen van waardevolle informatie en het oprollen van criminele netwerken. Deze successen illustreren volgens hem het belang van een zorgvuldige maar effectieve inzet van hackbevoegdheden binnen de wettelijke kaders.