Microsoft heeft de Windows 11-beleidsinstelling voor het verwijderen van standaard meegeleverde Store-apps uitgebreid met een dynamische lijst. Hiermee kunnen IT-beheerders nu zelf bepalen welke vooraf geïnstalleerde MSIX/APPX-apps ze willen verwijderen door het opgeven van de Package Family Name (PFN). Dit kan via Group Policy Object (GPO) of een aangepaste OMA-URI voor mobile device management (MDM), aldus Microsoft.

De bijgewerkte RemoveDefaultMicrosoftStorePackages-beleidsinstelling vereist dat apparaten minimaal de Windows-niet-beveiligingsupdate van april 2026 hebben geïnstalleerd. Windows Insiders kunnen deze functionaliteit al gebruiken na installatie van de builds van 13 maart 2026 in de Dev en Beta kanalen. Om de functie via Group Policy te gebruiken, moeten beheerders eerst de PFN van de app achterhalen met PowerShell en deze vervolgens toevoegen aan de lijst met te verwijderen apps in de Group Policy Editor.

Daarnaast is de ondersteuning voor deze beleidsinstelling uitgebreid naar Windows 11 Enterprise en Education edities versie 24H2. Voorheen was deze functie alleen beschikbaar op apparaten met Windows 11 25H2 of hoger. Hierdoor kunnen organisaties die standaardiseren op de 2024-release profiteren van beleidsgestuurde app-verwijdering zonder een volledige OS-upgrade, aldus Microsoft.

De volledige lijst met ondersteunde apps en uitgebreide instructies voor het toepassen van het beleid op een enkel apparaat via de lokale Group Policy Editor of op meerdere Active Directory-gebonden apparaten is hier beschikbaar. Hoewel de Intune-versie van dit beleid nog niet de dynamische lijst ondersteunt, heeft Microsoft aangegeven dat deze optie in de komende maanden beschikbaar komt.

Verder kondigde Microsoft eerder deze maand aan dat IT-beheerders de AI-gestuurde Copilot digitale assistent nu kunnen verwijderen van bedrijfsapparaten met behulp van de nieuwe RemoveMicrosoftCopilotApp-beleidsinstelling, beschikbaar na installatie van de Patch Tuesday cumulatieve updates van april 2026. Meer informatie hierover is te vinden via de documentatie van Microsoft.