Het Kubernetes-project heeft versie 1.36 uitgebracht met 71 verbeteringen, waaronder een focus op verbeterde toegangscontrole en inzicht in hardwarefouten. Een belangrijke toevoeging is de algemeen beschikbare fine-grained kubelet API-autorisatie, die least-privilege toegang tot de kubelet HTTPS API mogelijk maakt. Hierdoor zijn gebruikers niet langer afhankelijk van node- of proxy-permissies voor monitoring en observability, wat het beveiligingsniveau van clusters verhoogt doordat specifieke toegang tot individuele kubelet-endpoints kan worden verleend.

Daarnaast is de Resource Health Status-functie in bèta beschikbaar gekomen. Voorheen ontbrak een native methode binnen Kubernetes om de gezondheid van toegewezen hardware te rapporteren, wat het lastig maakte om pod-crashes te koppelen aan defecte apparatuur. Met versie 1.36 is deze functionaliteit uitgebreid naar Dynamic Resource Allocation via het veld allocatedResourcesStatus. Beheerders kunnen nu met kubectl describe pod zien of een container-crash samenhangt met een apparaatstatus die als Unhealthy of Unknown is gemarkeerd.

Verder introduceert versie 1.36 als alphafunctie nieuwe Workload Aware Scheduling (WAS)-mogelijkheden. Waar pods tot nu toe als losse eenheden werden behandeld, worden gerelateerde pods nu via de Workload API en PodGroup API als één logische groep beschouwd. Dit maakt Gang Scheduling mogelijk, waarbij pods pas worden toegewezen als het minimale vereiste aantal gereed is. Ook Topology-Aware- en Preemption-beleid zorgen voor een optimale plaatsing van pods binnen netwerk- of rackdomeinen. Deze verbeteringen verminderen de noodzaak voor third-party schedulers in AI-, machine learning- en batchomgevingen. De functionaliteit is ontwikkeld binnen meerdere Kubernetes Enhancement Proposals onder leiding van SIG Scheduling en SIG Apps.