Volgens Richard Horne, CEO van het National Cyber Security Centre (NCSC), zijn vijandige staten verantwoordelijk voor driekwart van de cyberaanvallen op de kritieke infrastructuur van het Verenigd Koninkrijk. In het jaar tot mei heeft het NCSC meer dan 200 incidenten behandeld die deze vitale systemen en hun ondersteunende ecosystemen troffen. Horne benadrukte dat het land al de eerste digitale confrontaties van toekomstige conflicten voert.

Tijdens de jaarlijkse veiligheidslezing van het Royal United Services Institute in Londen gaf Horne aan dat zijn teams wekelijks vier nationaal significante cyberincidenten afhandelen, waarvan het merendeel wordt toegeschreven aan staten in plaats van criminele hackers. Het NCSC detecteert en voorkomt regelmatig inbraken voordat de intenties van de aanvallers duidelijk worden. Horne waarschuwde dat tegenstanders zich strategisch positioneren binnen de Britse infrastructuur om bij een conflict snel grootschalige verstoringen te kunnen veroorzaken. Hij verwees naar de Volt Typhoon-campagne, een door China gelinkte operatie tegen Amerikaanse infrastructuur, als voorbeeld van deze tactiek.

De toon van Horne’s toespraak markeert een verschuiving in de benadering van cybersecurity binnen het NCSC. Waar eerder werd gesproken over het beheersen van risico’s, benadrukt hij nu dat cyberspace een permanent strijdtoneel is. Dit sluit aan bij de visie van NAVO en Amerikaanse cyberautoriteiten die cyberspace als een continu betwist domein zien met strategische gevolgen. Horne gaf aan dat investeren in cybersecurity een doorlopend proces is en dat het vergelijken van verdedigingsmaatregelen met die van branchegenoten onvoldoende is. Het enige relevante vergelijkingspunt is de capaciteit en prestaties ten opzichte van de tegenstander.

Meer informatie over de aanpak en inzichten van het NCSC is te vinden via Recorded Future.