Cybersecurity is volwassen geworden met grote investeringen in security operations centers, threat intelligence, zero trust, endpointbescherming en AI-gedreven detectie. Toch blijven ransomware-aanvallen, datalekken en digitale verstoringen regelmatig voorkomen, wat de vraag oproept of de aandacht wel op de juiste aspecten van beveiliging ligt.

De reactie op nieuwe dreigingen is vaak het toevoegen van technische oplossingen, maar volgens OSINT-specialist Arno Reuser tijdens Cybersec Netherlands 2026 ligt het probleem vooral bij de menselijke factor. Veel succesvolle aanvallen beginnen niet met technische complexiteit, maar met menselijk gedrag zoals het klikken op phishingmails, hergebruik van wachtwoorden of het negeren van beveiligingsmaatregelen. Organisaties gaan er vaak ten onrechte vanuit dat gebruikers zich altijd veilig zullen gedragen.

De nadruk blijft echter vooral op technologie liggen, terwijl veilig gedrag meer vraagt dan verplichte e-learnings of phishingtests. Het gaat om organisatiecultuur, leiderschap, eigenaarschap en het ontwerpen van processen waarin de veilige keuze vanzelfsprekend is. Cybersecurity is daarmee niet alleen een IT-vraagstuk, maar ook een organisatievraagstuk.

Deze paradox leidt ertoe dat organisaties steeds beter worden in het detecteren van aanvallen, maar minder effectief in het voorkomen van de omstandigheden die aanvallers succesvol maken. Zolang de menselijke factor een sluitpost blijft, blijft de focus liggen op symptoombestrijding in plaats van op fundamentele preventie.

In zijn keynote tijdens Cybersec Netherlands benadrukt Reuser dat de grootste bedreiging voor cybersecurity niet de aanvallers zelf zijn, maar de beperkte manier van denken over beveiliging. Technologische oplossingen blijven belangrijk, maar moeten worden geïntegreerd in een bredere strategie waarin mens, organisatie en techniek onlosmakelijk verbonden zijn.