In maart 2026 was San Francisco opnieuw het centrum van de cybersecuritywereld. Duizenden professionals, leveranciers en investeerders kwamen samen in het Moscone Center voor de RSA Conference, waar één thema centraal stond: Agentic AI. Dit gaat niet langer om AI als hulpmiddel, maar om AI als actieve actor. Van autonome codegeneratie tot beslissystemen die acties starten zonder menselijke tussenkomst, de sector betreedt een nieuwe fase. Ontwikkelingen zoals Mythos, een geavanceerd AI-framework dat complexe, meerstaps cyberoperaties kan coördineren, tonen zowel de kansen als de risico’s van deze verandering.

De Cloud Security Alliance voorspelt een toename van gelijktijdige AI-gestuurde aanvallen en roept verdedigers op om AI met AI te bestrijden. OpenAI heeft hierop gereageerd door het Trusted Access for Cyber-programma op te schalen, waarmee duizenden geverifieerde verdedigers en honderden securityteams worden ondersteund. Gartner bevestigt deze trend en verwacht dat de uitgaven aan AI in 2026 met 44 procent zullen groeien, oplopend tot 47 biljoen dollar in 2029. Dit overstijgt ruimschoots de voorspelde 238 miljard dollar voor informatiebeveiliging en risicomanagement in 2026.

Technologieën als Mythos maken duidelijk dat dezelfde AI-capaciteiten die verdedigers helpen, ook aanvallers versterken. Tegenstanders gebruiken AI al voor autonome verkenning en laterale beweging, realtime aanpassing aan verdedigingen en schaalbare, goedkope aanvallen met minimale menselijke betrokkenheid. Dit is geen theorie meer; vroege rogue AI-agenten onderzoeken omgevingen, misbruiken misconfiguraties en imiteren legitieme gebruikers. Aanvallers hoeven niet langer elke stap te controleren, ze kunnen agenten inzetten die zich als identiteiten gedragen.

Elke grote verandering in cybersecurity leidde tot een golf van puntoplossingen, met voorspelbare gevolgen: toolsprawl, gescheiden zichtbaarheid en operationele complexiteit. Dit komt aanvallers vaak ten goede. De risico’s van agentic AI volgen hetzelfde patroon, met al zichtbare voorbeelden zoals AI security posture management tools, AI runtime protection platforms, AI-specifieke anomaliedetectie en AI governance oplossingen. Hoewel deze tools waarde kunnen bieden, verhoogt het toevoegen van meer oplossingen de wrijving. Organisaties hebben niet meer dashboards nodig, maar betere context en controle over entiteiten in hun omgeving, menselijk of machinaal.

Op de parallelle AGC Cybersecurity Investor Conference kwamen AI-experts en brancheleiders tot een pragmatische conclusie: AI moet worden behandeld als een identiteit. Deze benadering doorbreekt de hype en plaatst AI niet als een nieuwe toolcategorie die aparte beveiligingslagen vereist, maar binnen het bestaande en cruciale domein van identity security. Agentic AI gedraagt zich immers als een identiteit: het authenticeren via API’s, tokens of credentials, toegang krijgen tot systemen en data, acties uitvoeren binnen een omgeving en het risico lopen op compromittering, misbruik of afwijkend gedrag.

Als AI als identiteit wordt gezien, worden identity threat detection en risicobeperking de logische beheerslaag. Deze aanpak richt zich op gedragsanalyse over credentials en systemen heen, en combineert adaptieve verificatie, gedragsanalyse, device intelligence en risicoscores in één platform. Toegepast op AI maakt dit het mogelijk om afwijkingen te detecteren, zoals ongebruikelijke toegang, privilege-escalatie of datalekken, risicogebaseerde controles toe te passen, extra verificatie af te dwingen of verdachte agenten te isoleren. Ook kan beleid uniform worden gehandhaafd over menselijke en machinale identiteiten en wordt lifecycle management toegepast om ongebruikte of onbeheerde agenten te voorkomen. Naarmate rogue AI-agenten opkomen, biedt deze identity-gedreven beveiliging een praktische verdediging die het principe van minste privilege afdwingt en continu toegang valideert.