Het Amerikaanse cyberagentschap CISA stelt in een recent rapport dat de meeste hacks niet het resultaat zijn van geavanceerde aanvalsmethoden, maar juist voortkomen uit het misbruiken van basale beveiligingsfouten. Ondanks de bekendheid met deze kwetsbaarheden blijft het gebruik van onveilige software volgens CISA nog altijd de norm.
In het rapport wordt benadrukt dat organisaties hun focus moeten verleggen van het reageren op aanvallen naar het structureel oplossen van fundamentele kwetsbaarheden. De meeste aanvallen worden uitgevoerd door opportunistische criminelen die het internet scannen op kwetsbare software, in plaats van door gecoördineerde groepen die gebruikmaken van zeroday-exploits. CISA wijst op hardnekkige kwetsbaarheden zoals cross-site scripting, SQL Injection en memory safety-problemen zoals buffer overflows, die ondanks decennialange bekendheid nog steeds veel voorkomen. Dit duidt volgens het agentschap op systemische problemen in de softwareontwikkeling.
Daarnaast houdt CISA een overzicht bij van kwetsbaarheden die vaak worden aangevallen. De meeste misbruiken vallen in zes categorieën: SQL Injection, path traversal, command injection, improper input validation, ontbrekende authenticatie en code injection. Organisaties worden dringend geadviseerd om kwetsbaarheden zo snel mogelijk te patchen. Ook network services zoals Remote Desktop Protocol (RDP), Server Message Block (SMB) en Telnet vormen vaak een ingang voor aanvallers. Het uitschakelen van onnodige en onveilige services is daarom noodzakelijk.
Verder raadt CISA aan geen verouderde of end-of-support software, hardware en protocollen te gebruiken, omdat deze nog regelmatig in omloop zijn en een verhoogd risico vormen. Het rapport benadrukt dat sterkere cybersecurity niet alleen secure-by-design software vereist, maar ook leiderschap dat cyberrisico’s erkent als bedrijfsrisico’s en een bedreiging voor nationale veiligheid en operationele weerbaarheid.
Reacties
Geef een reactie
Vereiste velden zijn gemarkeerd met *