Adversa AI heeft de beveiliging en prestaties van 100 AI-agents getest en gerangschikt binnen tien categorieën. Uit het onderzoek blijkt dat slechts 11 agents worden gekwalificeerd als 'capabel en goed verdedigd'. Dit komt door wat Adversa noemt de 'dodelijke drie-eenheid' van AI-agents: toegang tot privédata, blootstelling aan onbetrouwbare content en de mogelijkheid om acties uit te voeren naar buiten toe. Deze combinatie leidt tot een situatie van te veel macht, te veel vertrouwen en te weinig controle, wat het moeilijk maakt om zowel capabele als veilige AI-agents te realiseren.

Van de 100 onderzochte agents vertoont 98 procent deze risicovolle combinatie. Vooral computeragents en codeeragents scoren slecht op beveiliging. Computeragents krijgen vaak uitgebreide toegangsrechten tot het besturingssysteem, waardoor een compromittering kan leiden tot volledige overname van het systeem. Gebruikers hebben bovendien weinig inzicht of controle over de acties die de agent uitvoert tussen input en output, wat de beveiligingsrisico's vergroot. Ook codeeragents, die steeds vaker worden ingezet voor softwareontwikkeling, vormen een groot risico. Zij hebben toegang tot shell, afhankelijkheden en tokens, wat bij een compromittering direct kan leiden tot een aanval op de software supply chain. Menselijke codebeoordeling biedt hierbij geen volledige bescherming vanwege de niet-deterministische aard van deze agents.

De analyse van Adversa, te vinden in het AI Risk Quadrant voor Agent Security, benadrukt dat het probleem structureel is binnen de markt en niet beperkt blijft tot enkele uitzonderingen. Dit fenomeen, dat zij 'power-protection inversion' noemen, komt voor in alle tien de categorieën van AI-agents. Het onderzoek onderstreept de noodzaak van meer controle en transparantie bij het gebruik van autonome AI-agents, zeker gezien de toenemende druk om deze agents in te zetten tegen geavanceerde AI-ondersteunde aanvallen.