Organisaties die artificiële intelligentie (AI) gebruiken, zijn verplicht hun personeel te voorzien van de benodigde AI-geletterdheid. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) benadrukt dat medewerkers die met AI werken, voldoende kennis en vaardigheden moeten hebben om op een verantwoorde manier met deze technologie om te gaan. Dit is cruciaal om de juiste omgang met persoonsgegevens te waarborgen en risico’s op misbruik of fouten te verminderen.

De AP wijst erop dat AI-systemen vaak persoonsgegevens verwerken en dat een ongepaste toepassing negatieve gevolgen kan hebben voor de privacy van individuen. Daarom moeten organisaties investeren in scholing en training, zodat werknemers de werking, beperkingen en mogelijke risico’s van AI begrijpen. Dit maakt het mogelijk om AI betrouwbaar in te zetten binnen bestaande wet- en regelgeving.

Daarnaast onderstreept de toezichthouder dat een goede AI-geletterdheid helpt bij het signaleren van onwenselijke of discriminerende uitkomsten van algoritmen. Door bewustwording en kennis kunnen medewerkers adequaat reageren en maatregelen treffen om dergelijke problemen te voorkomen. Het verplicht stellen van AI-geletterdheid maakt deel uit van een bredere kadering van AI-richtlijnen en ethiek op de werkvloer.

Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens valt het niet voldoende voorbereiden van personeel onder het nalaten van zorgplicht, wat kan leiden tot handhaving of boetes. Organisaties worden daarom aangespoord snel stappen te zetten om AI-geletterdheid binnen hun teams te bevorderen. Hiermee zorgen ze niet alleen voor compliantie, maar ook voor een veiligere en bewustere inzet van AI-toepassingen.